Karakteristieken voor olijfolie

Olijfolie wordt onder verschillende benamingen gecommercialiseerd. Deze benamingen verwijzen naar haar kwaliteit en worden bepaald door de zuurtegraad en het aroma van de olie. Daarom moeten beide kwaliteitsnormen gecontroleerd worden aan het einde van elke fabricage. Olijfoliën die een té hoge zuurtegraad of andere onvolkomenheden vertonen, ondergaan een behandeling waardoor zij wel verbruikt kunnen worden. Deze behandeling heet "raffineren".

De benamingen die men op de etiketten terugvindt geven de verschillen weer die ingevoerd werden door de Europese Gemeenschap wat betreft de verschillende categorieën in olijfoliën bedoeld voor de consumptie.

Extra Vierge olijfolie
Olijfolie van de eerste persing, met een onberispelijke smaak, een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 1% (1 gram per 100 gram) en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie werden vastgelegd.


Vierge olijfolie
Olijfolie verkregen bij de eerste persing, met een onberispelijke smaak, een gehalte aan vrije vetzuren, uitgedrukt in oliezuur, van ten hoogste 2% en waarvan de andere kenmerken overeenkomen met die welke voor deze categorie zijn vastgelegd.

Omdat Extra Vierge olijfolie en Vierge olijfolie sappen zijn van zuivere vruchten, vertegenwoordigen zij een grote variëteit aan aroma's en smaken, zoals ook bij wijn. De kleur van olijfolie kan niet altijd gezien worden als een indicatie voor de smaak.

De benaming "eerste koude persing" is niet meer hedendaags. Om naar een product met superieure kwaliteit te verwijzen wordt de benaming "Extra Vierge olijfolie" gebruikt.

Een geraffineerde olijfolie waar men Vierge olijfolie aan toevoegt voor de smaak. Olijfolie heeft een zuurheidsgraad van ten hoogste 1,5%. De andere kenmerken komen overeen met diegenen die voor deze categorie zijn vastgesteld.

Er bestaan talrijke variëteiten van olijven. De eigenschappen, de smaak en het aroma van de olie worden bepaald door de specifieke eigenschappen van de olijf, de graad van rijping bij de oogst, de methode van persen, de grondsoort en het aantal uren zonneschijn.

De zuurtegraad van olijfolie, die men door scheikundige analyse kan bepalen, is belangrijk omdat hij een invloed heeft op de snelheid van veroudering van olijfolie. Voor elke variëteit geldt: hoe lager de zuurtegraad hoe beter de olijfolie. Olijfoliën met een hogere zuurtegraad zullen vlugger geneigd zijn te gaan gisten en bijsmaken te ontwikkelen die als negatief ervaren worden. Deze zuurtegraad levert echter geen directe bijdrage tot de smaak, noch in positieve, noch in negatieve zin. Hij is smaakloos.

Elke olijfvariëteit heeft haar eigen specifieke kenmerken. Sommige olijven, zoals de Frantoio (verschillende regio's in Italië) geven een pittige en gepeperde smaak aan de olie. Andere, zoals de Kalamata (Griekenland) geven een nadrukkelijke groenige, grasachtige smaak.

Verschillende variëteiten rijpen op verschillende tijdstippen en zijn daarbij ook minder of meer vatbaar voor ongedierte. Sommige variëteiten geven een groenere olie dan andere, ongeacht de graad van maturiteit van de vruchten; andere geven enkel groene olie als ze nog niet volledig rijp zijn. In de meeste olijfboomregio's heeft men specifieke variëteiten, waarvan sommige helemaal niet in andere streken te vinden zijn. De olie zal, behalve in enkele uitzonderlijke gevallen, geproduceerd worden uit een mengeling van een willekeurig aantal van deze variëteiten.

Bodemgesteldheid, weersomstandigheden en teeltmethoden beïnvloeden de groei van de plant en de snelheid waarmee de vruchten rijpen wat op zijn beurt een effect kan hebben op de smaak van de olie. Zo zullen bijvoorbeeld olijven die groeien in warme streken en die genieten van voortdurende zonneschijn een ander type olie geven dan olijven die in een meer gematigd klimaat groeien.

De oogst is een zeer kritisch proces wat de kwaliteit betreft. Ideaal worden de olijven geplukt op maximale rijpheid: rijp genoeg om goede hoeveelheden eersterangsolie op te leveren, maar tegelijkertijd niet dermate rijp dat de vruchten beginnen te oxideren en gisten van zodra zij geplukt zijn.

De rijpheid van de vruchten zal niet enkel de kleur maar zeker de smaak van de olie beïnvloeden. Olie die geproduceerd wordt van onrijpe olijven zal duidelijk anders smaken dan deze van rijpe of overrijpe olijven. In sommige streken, zoals Zuid-Frankrijk of Toscane, worden de olijven traditioneel vroeg geoogst om de invloed van vrieskoude te vermijden. Dit resulteert in een specifiek jonge, frisse of "groene" smaak.

De manier waarop de olijven behandeld worden en de tijd die verloopt tussen de oogst en de persing zijn ook heel belangrijk. Olijven zullen beginnen te gisten als zij te lang blijven liggen. Dergelijke olijven kunnen aan de olie een "aarde"-smaak geven.
In warme streken moeten de olijven geperst worden op de dag dat ze geoogst worden. In koelere streken kunnen zij een tot drie dagen opgeslagen worden. Een beoordelingsfout hierbij kan echter aan de olie een verbrande of een muffe geur geven.

Olijfolie en gezondheid

Tegenwoordig moet het mediterrane voedingspatroon haar kwaliteiten niet meer bewijzen. Vele wetenschappelijke experts verklaarden dat de voordelen van deze voedingswijze belangrijk genoeg zijn om te kunnen bevestigen dat ze werkelijk bijdraagt tot het behoud van de gezondheid.

De mediterrane voeding is vanaf nu de bondgenoot van dokters en diëtisten die een voeding aanbevelen die de volgende voedingsmiddelen bevat:

- brood, pasta, graansoorten, aardappelen, peulvruchten (linzen, kikkererwten, rode en witte bonen, ...)
- een grote hoeveelheid rauwe en gekookte groenten
- vruchten
- een kleine portie vlees, gevogelte, vis of eieren
- plantaardige vetstoffen en in het bijzonder olijfolie

De plantaardige producten nemen er een voorkeursplaats in en olijfolie is hier de belangrijkste bron van vetten.

Lipiden in de voeding

"Lipiden" is een algemene term voor alle vormen van vetstof. Ze zijn geschikt in een verzameling van vetzuren van verschillende chemische structuren:

Verzadigde vetzuren
De korte-ketenvetzuren zijn chemisch weinig reactief en zijn stabiel. Ze worden vetten genoemd omdat ze op kamertemperatuur niet-vloeibaar zijn. Vetten zijn talrijk aanwezig in voedingsstoffen van dierlijke aard. We vinden ze terug in vlees, boter, melk en afgeleide producten. Ze verhogen het gehalte aan serumcholesterol en bevorderen zo de ontwikkeling van artherosclerose.

Onverzadigde vetzuren
De lange-ketenvetzuren kunnen zich verbinden met andere elementen en zijn vloeibaar op kamertemperatuur. Daarom worden ze oliën genoemd. Ze zijn het hoofdbestanddeel van de plantaardige oliën en worden opgedeeld in 2 categorieën:

Enkelvoudig (mono-) onverzadigde vetzuren
De moleculen bevatten slechts een enkele dubbele verbinding, wat hen weinig reactief maakt. Het belangrijkste in deze vetzuren is het oleïnezuur, het hoofdbestanddeel van olijfolie dat men ook in grote mate terugvindt in avocado's, hazelnoten, pinda's en amandelen. In het bloed verminderen de enkelvoudig onverzadigde vetzuren de 'slechte cholesterol', terwijl ze het gehalte aan goede cholesterol' op hetzelfde peil houden.

Meervoudig (poly-) onverzadigde vetzuren
Ze bevatten minstens twee dubbele verbindingen en zijn erg onstabiel. Ze zijn erg gevoelig voor zuurstof en moeten zich binden aan elementen die hen beschermen tegen oxidatie. Deze familie heeft twee vetzuren die 'essentieel' worden genoemd omdat ons lichaam ze nodig heeft maar ze niet zelf kan produceren. We vinden ze terug in zonnebloem-, soja-, saffloer-, noten-, koolzaadolie, ...

Olijfolie bevat vitamine E, die de celmembranen en essentiële vetzuren tegen oxidatie beschermt. Vitamine E heeft een antioxiderende functie, ze vangt mee de vrije radicalen van het organisme op, met zicht op de eliminatie ervan. Vrije radicalen zijn “afvalstoffen” van de stofwisseling die, wanneer ze niet snel worden geëlimineerd, een gevaar vormen voor de gezondheid van de cellen en van andere bloedelementen.

Olijfolie is een fruitolie en bevat bijgevolg een groot gehalte aan polifenolen, die een belangrijke bescherming bieden tegen oxidatie. De term polifenolen verwijst naar een grote familie chemische structuren (flavonoïde, anthocyane, tannine...) die aanwezig zijn in voedzame planten (bladeren, fruit, hout, ...) en die bijdragen tot hun kleur en aroma. Het gaat om erg reactieve elementen die de vrije radicalen van een organisme kunnen neutraliseren en hun eliminatie kunnen vergemakkelijken.

Wat doet olijfolie?

- ze verlaagt de hoeveelheid aan cholesterol, omdat ze er geen bevat
- ze bevat veel enkelvoudig onverzadigde vetzuren die de 'slechte cholesterol' (LDL) doen afnemen zonder iets te veranderen aan het gehalte aan 'goede cholesterol' (HDL)
- ze bevat antioxidanten (vitamine E, polifenolen) die de vrije radicalen neutraliseren.

Diabetes
Diabetes is één van de risicofactoren voor de ontwikkeling van cardiovasculaire ziekten. Het gebruik van olijfolie vermindert dit risico door haar gunstige invloed op de factoren van artherogenese. Anderzijds toonde onderzoek aan dat het gebruik van olijfolie een rol zou kunnen spelen in de verbetering van het evenwicht van de bloedsuikerspiegel en kan lijden tot een betere gevoeligheid voor insuline.

Gastritis - slokdarmontsteking
Bij vergelijkend onderzoek naar de rol van vetzuren bij deze ziektebeelden, werden met olijfolie positieve resultaten verkregen bij de vertraging van de gastrische secretie.

Borstkanker
Verschillende onderzoeken toonden eveneens aan dat een verminderde consumptie van verzadigde vetzuren, ten bate van de consumptie van enkelvoudig onverzadigde vetzuren, een invloed had op de vermindering van borstkanker.

Bron: Informatiecentrum van de Olijfolie 
Resultaten  van 
Loading...
Bezig met zoeken...
 

Zoek een vakantie:

Filter aanbod