Hermes, de boodschapper, werd op de berg Kyllene geboren. Ooit stal Hermes een kudde fraaie koeien van
Apollo. Toen Apollo de dief te pakken had, wilde Apollo zijn kudde koeien ruilen voor de lier die Hermes had uitgevonden. Daarna maakte Hermes een herdersfluit en speelde weer een melodie. Apollo, die dit hoorde, wilde weer ruilen. Ze ruilden de gouden staf van Apollo, waarmee hij zijn kudde hoedde, voor de herdersfluit. In de toekomst zou Hermes de god van alle koe-en schaapsherders zijn. Zeus, die tevreden was over Hermes ruilhandel met Apollo, gaf hem taken:
- het opmaken van verdragen
- de bevordering van de handel
Toen Hermes instemde, gaf
Zeus hem een herautenstaf met witte linten en iedereen kreeg bevel deze wet te respecteren.
Ook gaf Zeus hem een hoed tegen de regen en gevleugelde gouden sandalen. Toen werd hij opgenomen in de Olympische familie. Hermes was ook de god van de wegen en van de reizen bij de Grieken. Hij was de beschermer van de misdadigers en dieven. Hermes werd door de goden gezien als boodschapper tussen het bewuste (hemel) en het onbewuste (hel). Bij de Romeinen werd hij vereenzelvigd met Mercurius.