Daedalus was een bekend kunstenaar uit Athene. Hij was een nakomeling van de koning van Attica, Erechtheus. Hij was zeer bekend omdat hij de eerste was die standbeelden met open ogen gaf en uitgestrekte handen en voeten die verend voortschreden. Maar toen een leerling, Talos, grote talenten bleek te hebben was hij bang dat hij beter zou worden dan hij. Daarom duwde hij hem van een hoge rots.
Hij vertrok zeer snel uit Kreta. Koning Minos van Kreta bood hem bescherming aan en hij genoot van de vriendschap van de koning.
Voor de koning moest hij een onderkomen maken voor de Minotaurus. Daedalus bouwde voor de koning een ingenieus labyrint. Het labyrint zat vol met kronkelende wegen waar niemand ooit uit kon ontsnappen.
Toen het labyrint af was, werd de Minotaurus in het midden van het labyrint opgesloten. Hij at 9 jaar lang 7 jonge mannen en 7 jonge meisjes op, die de stad Athene moest sturen als oorlogsschat aan koning Minos. Omdat Daedalus heimwee had vroeg hij aan Minos of hij mocht vertrekken. Maar de koning weigerde. Vanaf toen dacht Daedalus hele dagen na over hoe hij kon ontsnappen. Ten slotte riep hij uit dat alleen de lucht voor hem een ontsnappingsweg kan zijn.
Daedalus begon wassen vleugels te maken en op een dag probeerde hij te vluchten samen met zijn zoon Icarus. Hij waarschuwde zijn zoon voor het gevaar. Hij zei tegen Icarus: 'zoon, vlieg niet te hoog want de zon zal je vleugels doen smelten en vlieg niet te laag want anders stort je neer in zee'. Maar ze waren nog niet ver weg of Icarus probeerde te hoog te vliegen. Met alle gevolgen van dien. Zijn vleugels smolten en hij stortte neer in zee.