Prokris, dochter van Erechtheus was verliefd op Kephalos, zoon van Hermes en Herse. Maar tijdens hun leven hadden ze geen geluk. Toen Kephalos ging jagen, nam de mooie Eos hem mee naar haar kasteel en probeerde hem te verleiden. Maar dat lukte niet omdat Kephalos met zijn gedachten bij Prokris was.
Nu kreeg Kephalos heimwee naar Prokris en vroeg om te mogen terugkeren. Eos liet dat toe, maar voegde er aan toe dat Kephalos op een dag Prokris niet meer zou willen zien en dat hij dan terug bij haar zou komen.
Kephalos begon nu te twijfelen of Prokris wel echt heel veel van hem hield. Hij nam daarom de proef op de som en verkleedde zich als een andere man en probeerde Prokris te verleiden. Eerst liet ze zich niet verleiden, maar na een tijd lukte dat wel.
Toen werd Kephalos woest. Hij keerde terug naar zijn ware gedaante en verweet Prokris dat zij niet meer van hem hield. Prokris was diep beschaamd en vluchtte naar Artemis (die niets van mannen moest weten) op het eiland Kreta. Maar na een lange tijd kregen ze heimwee naar elkaar en Prokris keerde terug naar Athene.
Kephalos ging op jacht ging met een pijl die hij van Prokris gekregen had. Prokris had die pijl op haar beurt gekregen van Artemis. Het was een pijl waarmee je nooit kon missen. Toen hij op jacht ging, praatte hij met zijn aura. Maar toen kwam er een herder voorbij en die hoorde al die mooie woorden die Kephalos zei. De herder dacht dat Kephalos tegen een nimf aan het praten was. Hij ging het direct vertellen tegen Prokris.
Toen die dat nieuws hoorde stortte ze in. Toen ze weer bijkwam dacht ze dat de herder het verkeerd begrepen had. Toen Kephalos opnieuw ging jagen, glipte ze ongemerkt mee en verstopte zich in een struik. Maar toen Kephalos die struik zag bewegen, schoot hij de pijl ernaar toe en raakte zo zijn geliefde Prokris. Prokris legde met haar laatste krachten uit waarom ze hem gevolgd was. Kephalos begreep het misverstand maar hij moest lijdzaam toezien hoe ze stierf. Later begroef hij haar met pijn in het hart.