Pyrrha en haar man Deucalion (zoon van Prometheus) overleefden als enigen de zondvloed waarmee Zeus de mensheid wilde vernietigen. Zeus liet, met behulp van Poseidon, een enorme wolkbreuk in combinatie met een ijzersterke noordenwind los op de mensheid. Om de zondvloed te overleven maakte Deucalion een schip, dat na het dalen van het waterpeil strandde op de Parnassus. Op advies van Themis, die hen de volgende woorden toesprak: 'Omhult uw hoofd, en werpt het gebeente van uw moeder Rhea achter u', moesten ze het mensenras vernieuwen.
In eerste instantie begrepen ze deze woorden niet, maar toen bedacht Deucalion dat het ging om de stenen, die de botten waren van hun Moeder Aarde. Ze wierpen de stenen over hun schouder en zo ontstond het nieuwe menselijke geslacht.